Deksel: Kook met een deksel op de pan. Zo kookt het water eerder. Je kunt rijst, pasta of de groente al vanaf het begin bij het water stoppen. Zet het fornuis uit als het water kookt en laat de pan met deksel zo lang staan als de kooktijd. Door de warmte van het water gaart het eten.
Gelijke stukken: Kook je aardappelen of andere groente? Zorg er dan voor dat alle stukjes ongeveer even groot zijn, want dan zijn ze allemaal tegelijkertijd gaar.
Goede pan: Zorg ervoor dat je een goede pan gebruikt. Gebruik geen te grote pannen, want zo gaat er veel warmte verloren. Overweeg ook de aanschaf van een snelkookpan; je aardappelen, rijst en groente zijn dan sneller gaar.
Precies genoeg water: Kook rijst altijd met anderhalf keer zoveel water. Pasta moet wel in veel water gekookt worden, omdat het anders aan elkaar plakt. Probeer uit hoeveel water nodig is.
Handmatig: Voor sommige keukenapparaten bestaan er handmatige alternatieven. Een elektrische citruspers, hakmolen of mixer is handig, maar vaak je kunt ook met de hand persen of een manuele hakmolen en een garde gebruiken.
Hooikist: In een hooikist kun je een warme pan stoppen, waarna het eten nagaart. Je kunt ook zelf een hooikist maken van een oud dekbed. Of stop de pan in je bed onder het dekbed.
Koelkast goed indelen: Met een goede koelkastindeling bespaar je energie. In de meeste koelkasten is het onderin het koudst. Mocht je een vriezer boven in de koelkast hebben, dan is de bovenste plank het koudste deel van de koelkast. Leg vlees en vis op de onderste (koudste) plank. Bewaar kaas midden in de koelkast. Geopende potjes en broodsalades leg je op de bovenste plank. Groente en fruit dat in de koelkast moet, leg je in de groentelades. Boter, eieren, drinken en medicijnen zet je in de deur.
Ontdooien: Haal een avond van te voren voedsel uit de diepvries. Zo is het voedsel 's avonds ontdooid en hoef je geen magnetron te gebruiken.
Oplaadbare batterijen: Heb je apparaten die batterijen nodig hebben, gebruik dan oplaadbare batterijen.
Opwarmen: Kleine maaltijden opwarmen in een magnetron is energiezuiniger dan de maaltijd in een pan of in de oven opwarmen.
Thermoskan: Giet overgebleven heet water uit de fluitketel of waterkoker in een thermoskan. Zo hoef je later voor een kopje thee het water niet opnieuw te laten koken.
Trek de stekker uit het stopcontact: Veel apparaten zijn stiekeme verbruikers. Gebruik je de magnetron niet vaak, haal dan de stekker uit het stopcontact. Het klokje op erop verbruikt alleen maar energie.
Vaatwasser: Als je een vaatwasser gebruikt, gebruik dan alleen het heetste programma als het nodig is.
Hergebruik: Hergebruik kookvocht. Lees hierhoe. Als je afwaswater niet te vies is, kun je planten ermee water geven (wel afhankelijk van je afwasmiddel). Dit kun je ook doen met water waarin je groente gewassen hebt.
Teiltje: Als je met de hand afwast, gebruik dan een teiltje in plaats van stromend water.
Tip: vang een dag het water op in een teiltje en bekijk hoeveel water je (niet) gebruikt.